“Maar het is zo’n goede collega”

61-15
In de dagelijkse politiepraktijk komen we allemaal wel eens zo’n collega tegen. Een collega die optimaal gebruik weet te maken van zijn of haar professionele ruimte, die zeer creatief is in het bedenken van oplossingen voor zich plotseling aandienende problemen en die daarbij altijd voor alles en iedereen klaar staat. Kortom, een hele fijne collega. Maar wat doen we als we signalen krijgen dat deze collega mogelijk zo nu en dan de grenzen van de professionele ruimte overschrijdt? En wat doen we als we signalen krijgen dat deze collega mogelijk daarbij zelfs strafbare feiten pleegt? Onder meer deze dillema’s zullen worden besproken aan de hand van casuïstiek uit de Rijksrecherchepraktijk.