Een open deur............. Van achteraf opsporen naar direct opsporen

53-11
Wat is er toch aan de hand dat vrijwel alle capaciteit in de strafrechtketen zich met de beste bedoelingen bezig houdt met misdrijven, die langer, meestal veel langer dan drie dagen geleden zijn gebeurd? In Nederland worden op jaarbasis om en nabij de zes miljoen ‘traditionele’ misdrijven gepleegd. Slechts een kwart hiervan wordt ook daadwerkelijk door de politie geregistreerd. Uiteindelijk wordt minder dan 5% van de ‘traditionele’ misdrijven opgelost, het grootste deel (80%) met behulp van heterdaadaanhoudingen. Minder dan 1% wordt door middel van achteraf opsporing ten koste van veel arbeidsintensief en kostbaar werk opgelost. De maatschappelijke onvrede over het functioneren van de rechtsstaat en de daarmee samenhangende gevoelens van (on)veiligheid, de politieke wens en druk om de veiligheid te verhogen en een overheid die gedwongen is de komende jaren stevig te moeten bezuinigen, dwingen ons tot het maken van keuzes. “Meer blauw op straat” is altijd een populaire geste, maar de vraag is of dit de meest kosteneffectieve wijze is en een antwoord is dat past bij sobere overheidsfinanciën. Uit onderzoek door het CPB in 2006 is al eerder aangetoond dat inzetten op ‘beter blauw’ meer veiligheidsrendement heeft dan meer blauw en dat nog veel kansen hiertoe onbenut zijn. Het inzetten op meer heterdaadaanhoudingen is één van die kansen, eentje die bovendien grote invloed heeft op het vertrouwen van burgers in het optreden van de politie.