Praktische ervaringen met veiligheidshervormingen: lessen uit Afghanistan

NIK71-workshop10-(3)
Het opbouwen van de Afghaanse politie na decennia lange oorlogen was niet alleen vanuit organisatorisch oogpunt een hele opgave, ook diepgewortelde culturele verschillen binnen de Afghaanse samenleving stelden de Nederlandse politiemensen op missie voor een moeilijke opgave. Internationaal werken vraagt om een open houding omdat culturele verschillen zelfs binnen één cultuur heel ver in oorsprong terug kunnen gaan.
Bij het maken van een opbouwplan was het de vraag welke basis het beste vertrekpunt zou zijn; hoe moet je mensen overtuigen dat een idee een goed idee is dat hun gaat helpen? Je kan mensen overtuigen om dingen te doen uit het palet dat jij ze voorhoudt of moet je mensen dingen laten ontdekken, die misschien niet werken, maar waarbij ze wel leren om initiatieven te nemen? Het verschil tussen pull and push.
Vanuit traditioneel westers denken leek het pull paradigma het meest voor de hand liggend. Je zou zeggen, dingen die werken kan je opnieuw gebruiken na een gedegen behoefteanalyse om het lokaal in te richten. Maar in de Afghaanse praktijk paste dat toch niet altijd zo. Emotie en gevoel die over vele generaties terug gingen, bleken een grote showstopper in goede plannen en belemmerden vooruitgang. Kennis over een nieuwe manier van kijken en interpreteren van de grondbeginselen van Security Sector Reform, SSR, leverden uiteindelijk winst op.
Een nieuwe visie op veiligheid, antwoord op de vraag wie de leveranciers van veiligheid zijn en kennis over de veiligheidsbedreigingen zorgden voor praktische kennis wat wel en niet werkt in de multiculturele samenleving gekenmerkt door generaties van geweld en oorlog.
Het begrip “asymmetrische veiligheidsdreiging” is voor de politie relatief nieuw, waarbij de balans tussen de omvang en het gevolg van de veiligheidsdreiging niet meer in getallen te omvatten is. Emotie, gevoel en beleving zijn kernbegrippen geworden.
De vraag daarbij is, hoe een nieuwe visie op veiligheid leidt tot een verschuiving van denken in capaciteit naar capabiliteit van de politie, met andere woorden: niet meer hoeveel mensen heb ik nodig om deze dreiging tegen te gaan, maar wat heb ik nodig om een effect te veroorzaken dat tot veiligheid leidt?